is toegevoegd aan je favorieten.

Anton Mauve, 1838-1888

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de waterverf tot nog verder gaand verwazen van contouren in staat; natuurlijk is ook daar, om het motief vast te leggen, soms preciesheid van teekening noodig; maar wezenlijker is in deze techniek, die de kunstenaar zoo buitengewoon beheerschte, het uit laten loopen van de natte kleuren, die als vlekken in elkaar overgaan en toch de suggestie volkomen vast houden.

Werkte niet zóó ongeveer Anton Mauve in zijn besten tijd, die slechts kort geduurd heeft? Zijn kameraden van de Haagsche School hadden ieder voor zich hun eigen idealen. Temidden van hen, van Weissenbruch, Jacob en Willem Maris, Gabriël en Bosboom, allen, evenals hij, kunstenaars, die boven alles de sfeer wenschten uit te drukken, meer dan de materie, was hij wel bij uitstek de schilder, die de verf zelf met groote teederheid koesterde. Geen van de anderen toonde soms zoo groote onverschilligheid tegenover den vorm, dien zij uitdrukten, maar bij geen ook werd de verfmaterie dan weer tot zoo groote eigen schoonheid, werd deze gekoesterd met zulk een verliefdheid in haar wezen, als Mauve dat deed. Zoo als Mauve ten slotte een verfhuid op het doek liet ontstaan, zoo etherisch, zoo parelend van uiterst geschakeerde kleuren, zoo gevoelig rijk, trillend, vindt men dat bij geen der anderen. Zoo als dat bij hem is, blijkt dit toch wel het wezenlijke van zijn kunst te zijn, de verf zelf tot schoonheid gemaakt, tot een tintenwemeling, die nergens vast, gebonden schijnt te worden, zooals de ruggen zijner schapenkudden een onvast deinende massa zijn. Zoo werd dit motief welhaast symbolisch voor het schilders-ideaal van dezen kunstenaar, geen vaste vorm, niets dat op zich zelf staat, dat genomen kan worden uit het geheel van de compositie. Dit geheel, met zijn steeds eenvoudige, soms door een