is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI.

TOEN ze weer aan dek kwam, was de boot in volle zee, — koers zettend naar een ander bestaan. Het was als een vervolgen van de eerste groote reis, nu vier jaren geleden. Die jaren waren als weggevallen, herinnering geworden, zoodra de boot het anker gelicht had.

Maar die herinnering ging mee als een trouwe, soms ook lastige gezel. Herinnering èn geweten, hand aan hand.

Was niet het heele leven een reis? Maar waarheen dan?

Maleen leunde tegen de verschansing en keek over het rimpellooze water, dat in glijdende deining uitvloeide naar den gezichtseinder. Het was rustig aan boord; slechts een klein aantal passagiers stak mee over. Spoedig was ze met deze op goeden voet, behalve met een residentsfamilie, die.... bang was voor mazelen.

De frissche zeelucht deed de kleine Emy zienderoogen herstellen. Na twee dagen speelde ze alweer op een beschut plekje aan dek.

In de morgenvroegte van den tweeden dag lag de boot voor anker op de reede van Boelèleng. Niemand bleef aan boord; allen waren begeerig Bali's sierlijke tempels, Bali's kunstige weefsels èn Bali's schoone vrouwen te bewonderen. In korten tijd kon men van dit alles genieten. De wandeling ging over den pasar, waar, grenzend aan kramen met stinkende visch en van vliegen overdekt vleesch, de verrukkelijkste weefsels lagen uitgestald.

Over het smalle kronkelpad, dat naar een van de tempeltjes leidde, vertoonden zich als op een tooneel de vermaarde Balineesche schoonen: het bovenlijf geheel ontbloot, een slendang licht over den schouder geslagen. Je voelde je eerst geneigd, hen