is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glippen en een blik te werpen op de bende, die haar voorgalerij in beslag neemt. Juist ziet ze, hoe een verveeld uitziende orang Boegis vijf met sirihsap besmeurde vingers aan den bilik-wand afveegt en een versche pruim achter zijn kiezen stopt. Het lijkt hopeloos om die voorgalerij een ooglijker aanzien te geven.

„Siapa njang galé? saja tanja",1) klinkt het wederom vermoeid.

Niemand geeft antwoord. Hoe zouden ze ook, denkt Maleen. Wie van dat illustere gezelschap zou vrijwillig erkennen, het gruwelijke feit van grafschennis gepleegd te hebben of zijn buurman ervan durven betichten? Hoe kwam je daar nu achter?

Het jongste kindje van den betaalmeester was onlangs gestorven. Men had het begraven met een fleschje moedermelk, onmisbaar voedsel op de reis naar het zielenland. Het graf was geopend, het fleschje gestolen, met welk duister doel was niet bekend. Wellicht schreef men er tooverkracht aan toe.

De dader zweeg....

Allen zwegen en bleven zwijgen....

Kom, ze ging maar eens kijken, wat de bedienden uitvoerden.

Een slungelige kebon veegde het kale achtererf aan. Ambenabelo, de djongos, zat op zijn hurken toe te kijken. Een pijnlijke grijns gleed over zijn dom gezicht, toen hij zich betrapt zag. Met veel vertoon van ijver stond hij op en begon borden en glazen af te wrijven, die nog steeds op het droogrek stonden. Zijn dochtertje Belo speelde verstoppertje met Emy. Bob, de aap, vastgebonden bij den put, deed mee. Daar gluurde een klein, blond kopje achter om den put, de strook van een wit hansopje kwam te voorschijn. Juist wilde Emy naar honk rennen, toen Bob haar voor was. Een klein vlug handje greep de kantstrook en begon te trekken. Als een tol draaide het verschrikte kind in 't rond, tot het aapje met een schellen kreet van voldoening op den putrand sprong en daar zijn buit bekeek.

,,Tjondo-o-o, tjondo-o — lonki", 2) plaagde Belo. Maar Emy rende naar Mamma toe en stopte haar hoofdje weg. Toch moest ze ook weer lachen om Bobs vergenoegd gezicht.

Kokki schuurde pannen boven de smalle goot naast de hooge

1) „Wie heeft er gegraven, vraag ik."

2) „Het wapperende vaantje," refrein van een bekend volksliedje.