is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een voor school bestemde loods houdt hij voor een zeer klein gehoor een korte preek, die niet veel indruk maakt. Dat voelt hij wel. Maar toch — leest hij niet belangstelling en aandacht op het donkere gelaat van den Ambonschen schrijver? Dan was zijn reis toch niet heelemaal tevergeefsch geweest.

Wer nicht liebt Wein, Weib, Gesang,

Der bleibt ein Narr, sein Leben lang.

„Weet U, wie dat gezegd heeft?" vraagt Jim even later, onder het eten, met een spotlachje in zijn oogen, terwijl hij zijn wijnglas opheft.

Dominee weet het wel, maar blijft liever het antwoord schuldig en klinkt met zijn gastheer.

„Wat zijn dat voor rare gasten, die daar het huis indwalen?' denkt Maleen, terugkeerend van den weg, tot waar zij den dominee heeft uitgeleide gedaan.

Zouden het misschien de gisteren verwachte sanro's zijn, die het zich huiselijk maken?

Voor het huis staan eenige paarden. Op een van de rood bekussende zadels zit nog zoo'n gast in een vreemd, rood costuum, die juist een coquet parasolletje dichtklapt, zich daarna van den kussenstapel laat afglijden, schrikachtig om zich heen kijkt als een bleu, jong meisje en ook naar binnen stapt.

Verschrikt ijlt Maleen hem achterna.

Daar verdwijnt hij zoowaar in de slaapkamer, bekijkt zich aandachtig in den spiegel, maakt de kast open en voorziet zich van eenige zakdoeken.

Nu wordt het Maleen toch te bar.

„Maoe apa?" 1) vraagt ze scherp.

Een verlegen grijnzend gezicht wordt haar toegewend. Zwarte oogen kijken haar vleiend aan en als ze zich neerzet bij de tafel, hurkt een schrale gedaante onderdanig voor haar neer.

Ze doet, of ze niets ziet en staat op om haar naaimachine te halen. Haar ridder is haar echter voor, zet galant de machine voor

1) „Wat wil je?"