is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de zon-geblakerde vlakte stoven de paardjes vooruit. Lang voordat het einddoel bereikt was, had Maleen alle haarspelden verloren en danste haar vlecht vroolijk op en neer op haar rug. Ze gaf er niet om. Nog een enkelen keer wilde ze de njonja pétero zijn, die vrij en blij met de menschen mocht omgaan. Nu wilde ze zich nog verheugen en.... misschien.... 't zou nog kunnen. .. .

Niet ver van een groot bosch werd halt gehouden. Daar stonden kleine bamboe-afdaken, hoog boven den grond. De Aroe kwam hen met haar volgelingen tegemoet.

Ze beklommen de bamboestellages en keken uit over de vlakte. Daar was nog niets te zien. Uit de bosschen in de verte klonk hondengeblaf.

„Dat zijn de drijvers met honden", legde de Aroe uit.

„Waarom heeft njonja zoo witte tanden, net als hond?" voegde zij er nieuwsgierig achteraan.

„Hoe heeft Toean Allah ons gemaakt, Aroe?" wees Maleen haar terecht. „Heeft Toean Allah bevolen onze tanden zwart te maken?"

„Hond is onrein", zei de Aroe onverstoorbaar. „Orang Islam wil niet tanden als hond."

„Ik ben niet orang Islam, Aroe."

„Waarom vel van njonja ook wit? Is van poeder? Vel van orang Boegis zwart, kan niet wit. Waarom haar van njonja geel? Waarom njonja zooveel wasschen?"

„Wascht Aroe dan de haren niet?" vroeg Maleen verbaasd.

„Wel wasschen, maar niet met water", lichtte de Aroe in. „Wasschen met klapper."

„Met klapper? Hoe kan dat?"

„Zoo, klapper fijn kauwen; als heeleboel, in haren wrijven en op hoofd. Dan droog maken."

Twijfelachtig keek de njonja pétero naar Aroe's glimmenden haartooi. Schadelijk scheen de behandeling wel niet, maar evenmin heel frisch.

Onder al dat gebabbel bleven hun oogen gericht op den verren boschrand. Het geblaf kwam naderbij. Hierop scheen een groep ruiters gewacht te hebben, die nu in gestrekten draf de vlakte op snelden. Een gedeelte met lansen, de anderen met lasso's.