is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het viel de jonge vrouw zwaar, haar hart los te maken van de goede Aroe. Ze had niet geweten, dat deze haar zoo diep genegen was. Ook haar sprongen nu de tranen in de oogen. Aroe Salomekko's droefheid deed haar pas ten volle beseffen, dat haar heengaan onafwendbaar was. — Had ze dan in stilte nog altijd gehoopt? — Maar ook troost gaf Aroe's verdriet. Iemand miste haar dan toch....

„Ik móet weg, Aroe, daar is niets aan te doen. Maar ik zal je nooit vergeten, en ik dank je voor alles, wat je gedaan hebt."

„Wil njonja nog één dag komen in mijn huis aan de zee met de kleine non? Dan Aroe groote vischvangst laten zien. Dan njonja nog meer aan mij denken," zei ze dringend.

„Ja, ik zal graag komen, Aroe" antwoordde Maleen vriendelijk.

Getroost als een kind wischte de goede vrouw zich de oogen af en begaf zich naar den toean pétero om de afspraak nader te regelen.

Krachtig bewogen de roeiers de riemen. Uit hun breede borst zwol de zang omhoog, die Maleen nog voor het laatst zou hooren: „Tjondo-o-o, tjondo-o-lonki!"

Stroomafwaarts schoten de twee prauwen snel vooruit. In de eene zat de njonja pétero met haar kind en de schrijversfamilie, in de andere het betaalmeestersgezin.

De pijn van het naderend afscheid werd voor het oogenblik vergeten in lach en scherts. Ambonsche en Menadosche liedjes wisselden af met Boegineeschen volkszang. Daar tusschen door jubelde Emy haar:

„Konijntjelief — konijntjelief", terwijl ze bij elk „dom. dom, dom" haar Beerie in het water deed plonsen.

In korten tijd was de kust bereikt, maar nu stonden de prauwen als tegen een muur. Een sterke tegenstroom belette het voortgaan. Verder in zee steken met de ranke, smalle bootjes zou levensgevaarlijk geweest zijn.

Vlak onder de kust zwoegden de roeiers voort. Het bruischen van 't water bij het krachtig inslaan der riemen gaf illusie van snel vooruit gaan, maar één blik op de kust liet wel wat anders zien. Naarmate de golven hooger gingen, daalde de stemming.

Iemand riep: „landen en te voet verder!" Maar de wakkere