is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht Maleen. En al zouden ook hier wel eens schaduwen vallen van tegenspoed en teleurstelling, toch — het lichte, het blijde had den boventoon.

Maar hoeveel méér verheugend zou dit alles geweest zijn met Moeder er bij. Dat bleef een gemis dien heelen eersten dag, en nog vele daarna.

Den volgenden dag ging ze met Emy Jims Moeder bezoeken.

„Die Lenie, dat kind!" zei deze hartelijk, terwijl ze haar in de armen sloot om dadelijk daarop haar kleindochtertje naar zich toe te trekken.

„Is ze niet precies Jim? — Wat jammer toch, dat alles zoo anders gegaan is, dan we ooit hadden kunnen denken. Maar, laten we nu eerst van het weerzien genieten."

Dan, bij het kind neerknielend, zei ze: „Ben je blij, dat je in Holland bent? Och, wat een fijn poppetje ben je. — Ja, mijn jongens waren ook zoo. Maar altijd gezond gelukkig. Emy is ook niet veel ziek geweest, hè? Alleen in 't begin, maar wat is dat toen prachtig in orde gekomen! Kom, laten we naar binnen gaan, dan schenk ik een lekker kopje thee. Weet je wel, Lenietje? Die thee, waar je zoo dol op was. En wanneer komen jullie nu bij mij?"

„We zijn nu toch bij Oma", klonk een beschroomd stemmetje.

„Dat kind toch!" zei Oma verteederd. „Oma bedoelt, dat je een heele poos moet komen, niet zoo maar even op visite. Kijk nu die oogen toch, 't is net of. ..

Ze zweeg even en keek zoekend rond. „Wil Emytje mooie plaatjes kijken?" vroeg ze, haar een prentenboek gevend. „Alors nous pouvons parler franchement", voegde ze er aan toe.

Toen ze Emy met haar prentenboek in een groote stoel geïnstalleerd had, wendde ze zich tot haar schoondochter.

„Och Lenietje, 't spijt me toch zoo. Die Jim toch, ik begrijp niet, wat dien jongen bezield heeft. Je spreekt er misschien liever niet over, maar ik zou toch zoo graag willen begrijpen, waarvoor 't noodig was."

„Ik kan het u niet beter uitleggen, dan ik in mijn laatsten brief gedaan heb, Mama", zei Maleen moeilijk. „Er is niets tusschen ons gebeurd, dat aanleiding zou kunnen zijn."

Het witte doek

14