is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verrast keek het tweetal op, eerst naar de onbekende mevrouw — een nieuwe klant misschien? — dan naar het kind.

„Ken je me niet meer, Femme? 'k Ben een dochter van mevrouw Kruyswijck."

Femme sloeg van verbazing de handen in mekaar, ,,'k Zol oe nie meer ekend 'ebben, teminsten nie zoo doalik. Moar nou zie 'k 't wel. Och, och, en is dat oe kiend?" fleemde meewarig haar schelle stem.

Daarop barstte ze los in een woordenvloed, die Maleen eigen toeschietelijkheid haast deed berouwen. Met een vriendelijken groet nam ze afscheid en trok Emy, die nog gauw een paar jonge worteltjes in de hand gestopt kreeg, mee naar de brug.

Daar wees ze haar alle bekende plekjes: in de verte het zwembad, van waar frissche kreten tot hen overwoeien. Recht vooruit de Nieuwe Toren, die juist begon te spelen, 't Was dus marktdag. Als ze zich haastten, konden ze nog wat van de drukte meemaken.

Het hakkelende liedje; de dartele wind, die een helwitte wolk achter den toren voorbij joeg, en je haren deed fladderen; de bekende teerlucht van nieuw ingezette planken; — het was alles zoo pijndoend vertrouwd.

Het stadje was er nog, precies als vroeger, maar waar waren de menschen? Wat deden al die vreemden hier, die slechts aan een enkelen ouden bekende een plaats tusschen zich schenen te gunnen?

Daar was Van Dalen nog, de oude bruggewachter, tevens badmeester. Hij tikte tegen zijn pet en stak een vereelte hand uit.

Nee, de juffer was niks niet veranderd. Och joa, 't warken ging nog bestig. Of de andere badmeesters er nog woaren? Nee, Kees was de stad uut egoan en zien breur was 'n kruidenierszake begunn'n. „Joa, gunder, bij de karke!" wees hij met den steel van zijn pijp.

Nu ging het stadje voor hen open.

Opeens waren ze midden in het marktgewoel, 't Schreeuwen en roepen, 't loven en bieden, muziek en gezang, als een golf sloeg alles over hen heen. Emy's mondje stond niet stil van het nieuwsgierig vragen.

„Waarom praten hier alle menschen zoo gek, van uut en tuus en joa en moar?" lachte ze.