is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter wederkeerig hun best den vrede te bewaren, al zochten ze ook ieder voor zich wel eens genoegdoening bij de onderwijzeressen: mevrouw Stigter en mevrouw Van de Velde.

Op haar splinternieuwe Fongers fietste Maleen den Bentengweg af. Even tevoren had ze afscheid genomen van Emy, die stijf gearmd met een vriendinnetje, vroolijk naar haar school was gestapt.

Over Emy behoefde ze zich niet ongerust te maken. Die was veilig bezorgd tot elf uur, wanneer baboe of kebon haar afhaalden. Daarna kon ze met Gerda spelen in den tuin tot etenstijd.

Het was nog vroeg. Om half acht begon de eerste les. Van het personeel werd verwacht tijdig aanwezig te zijn, daar het ook tot mijnheer Wellinks principes behoorde om met ieder der leerkrachten voor schooltijd in het kort de lessen door te nemen, die deze dachten te behandelen.

Maleen vertraagde haar gang om van het frissche morgenuur te genieten. Langs den schaduwrijken Bentengweg passeerde ze af en toe een troepje leerlingen, die haar vriendelijk groetten. Daar liep haar riddertje Sjanoesi, die eiken morgen trouw de zware boekentasch kwam halen. Hij grijnsde, toen ze langs hem reed. Daar ging de ijdele Soewandi, wiens moeder de honderdduizend had getrokken, naar verteld werd. Ze had, heel verstandig, het grootste bedrag in huizen omgezet. Soewandi, die zich sedert Raden noemde, pronkte met een schitterenden ring aan zijn pink en met een dure sarong, die hem bijna nasleepte. Hij groette met een potsierlijk buiginkje. Naast hem ging Toha. die zijn wijden mond haast openscheurde tot zijn ooren en zijn blikkerende tanden vertoonden. Brutale Asari wierp haar een coquetten blik toe van uit zijn scheefstaande oogen. Jonge mannen waren het eigenlijk reeds, die uit de hoogere klassen. Daar kwam uit een zijweggetje pokdalige Roehana met haar lief, zacht gezichtje. Achter haar liepen gichelend Sariamah met haar zusje Saridjah, die beiden onderwijzeres wilden worden: kleine vrouwtjes al met hun keurige kondé-tjes en lange sarongs.

Ziezoo, ze was er. Sjanoesi pakte de fiets al aan en gaf de boekentasch over. De mantri begroette haar met een hoffelijke buiging. Mevrouw Stigter stond naast het tafeltje in de zevende

.