is toegevoegd aan je favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze vertelde van haar werk en haar vooruitzichten en ook, als tastend naar zijn meening, over allerlei levensproblemen. Er scheen één ding te zijn, dat haar in 't bijzonder bezig hield: een positief geloof. Wat ze zich daarvan voorstelde, was hem nog niet recht duidelijk. Voorzichtig polsend deed hij een enkele vraag.

„Zijn daar op Soekaboemi menschen, met wie u eens rustig over die dingen kunt praten?"

„Och, 'k heb er wel vrienden natuurlijk. Maar — pour bien discussier il faut être d'accord. En eigenlijk ken ik niemand, die er zoo voor staat als ikzelf. Evertsen — u kent hem immers — ried me om er met een modern predikant over te spreken."

De Waal trok verbaasd zijn wenkbrauwen op. „Zei hij dat? Hoe kwam hij daar nu bij?"

Nu vertelde Maleen hem in 't kort, wat de aanleiding tot dit advies was geweest.

Hij luisterde met groeiende belangstelling, het intusschen betreurend, dat de omstandigheden van het oogenblik een dieper ingaan op de kwestie verhinderden.

Eenige malen reeds had Emy het gesprek met haar gebabbel onderbroken. Het kind genoot zichtbaar van den deftigen maaltijd met bijna allemaal groote menschen.

„Zie je dien dikken meneer, Mamma?" fluisterde ze. „Zijn hoofd is heelemaal kaal; 't zou leuk zijn, hè, om er een heeleboel bloemetjes op te plakken."

De ernst was nu weg, voelde De Waal. Daarom zei hij alleen nog. „Voordat u zich tot een modern predikant wendt, zou ik u willen raden eerst nog eens wat te lezen. Ik heb over dat onderwerp lectuur genoeg. Wanneer moet u weg?"

„O, straks, dadelijk, anders wordt het voor Emy te laat."

„Nee, ik bedoel, wanneer u weer terug moet naar Soekaboemi", zei De Waal glimlachend. „Ik zou het zoo jammer vinden, als we al de aangesneden onderwerpen nu moesten laten liggen."

„Naar Soekaboemi gaan we pas over ruim veertien dagen. Eerst willen we nog een poosje naar Sindanglaja, bergen beklimmen."

„Dus zal ik voorloopig niet meer het genoegen hebben u te ontmoeten? En wanneer gaat u naar boven?"

„O, overmorgen al. We vinden 't heerliik!"