is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden? Ze was zoo blij met Justs vriendschap, die hij haar zwijgend bood; dat had ze wel gevoeld. En ze had het land aan zichzelf, omdat zij voelde, dat hij beter van haar dacht, dan zij verdiende. En toch — ze had hem immers geen sprookje opgedischt. Ze had het hem vooral verteld met de bedoeling, dat hij zou begrijpen, hoe ze over alles dacht nu. Hij had dat alles ook niet geweten; daarom was hij er zoo door getroffen. Ja, onder het vertellen was bij haarzelf het oude verdriet en de bitterheid wel weer bovengekomen. Maar had ze er niet mee afgedaan ten slotte? Oude wonden bleven lang pijn doen; deed je dan niet beter, ze niet meer aan te raken?....

Zijn hartelijke brieven gaven haar een troost, die zij gemeend had niet meer noodig te hebben. „Mosterd na den maaltijd" noemde hij zichzelf, daarmee blijk gevend, hoe goed hij haar had begrepen. Hij vroeg haar om nog eens terug te mogen komen. —

Ten slotte vroeg hij, haar vriend te mogen zijn voor het leven, — maar dan hij alléén.

Toen ze dien brief las, was het of haar hart een oogenblik ophield met kloppen. Ze legde voor zichzelf rekenschap af.

Was ze blij? Ja, — ze was blij, maar ook bezorgd. Ze was blij, dat hij in haar leven was gekomen. Ze was bezorgd voor de groote verandering. Hoe zou ze ooit kunnen worden, wat hij in haar zag? Maar ook — hoe zou hijzelf voldoen aan de eischen, die zij hem ten opzichte van het kind zou moeten stellen? Ze voelde, — ze wist zeker, niet gelukkig te zullen worden, als niet Emy het mèt haar werd. Was het dan niet het beste, dit alles oprecht te schrijven?

Haar antwoord gaf Just een schok. Haar vriend te mogen zijn voor het leven, en dan — hij alléén. Ja, dat had hij geschreven en het was niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Dat begreep hij nu.

En toch?.... Maar zou het hem dan liever geweest zijn, wanneer Maleen zijn vriendschap zoo maar, zonder meer aanvaard had? Bestond zoo iets? Zij gaf — eerlijk en ronduit — naam aan wat voor hem nog maar nauwelijks gestalte begon aan te nemen. Aan dat, wat langzaam had moeten groeien, naar hij meende.

Wat had hij bedoeld, toen hij zijn vriendschap bood in die be-