is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk, welke aanvulling ze behoefde in de voorstelling van het leven en de wereld rondom, gezien door haar kinderoogen?. .

Maleen had voorgelezen van den jeugdigen Samuel, van het innig vertrouwen tusschen hem en den Viader in den hemel....

Op vertrouwen berustte heel haar eigen opvoedingsgedachte. Vertrouwen was het, wat ze in haar kinderjaren gemist had. —

Hoe warm ook de sfeer in het ouderlijk huis was geweest, ouders en kinderen stonden op een verschillend plan, ja, leefden welhaast in verschillende werelden. Voor de veelheid van vragen, die haar als kind hadden vervuld, had ze nooit antwoord gezocht bij Vader of Moeder. Dit was tot haar eigen schade geweest, die ze haar kind wilde besparen.

Just begreep dat niet. Haar vertrouwelijken omgang met Emy achtte hij overdreven. De lieve, innige woordjes vond hij belachelijk. Dat door die zienswijze en zijn houding, die er het gevolg van was, verwijdering ontstond, besefte hij niet. —

„Zie je, Emytje, hoezeer Samuel God liefhad? God was alles voor Samuel, want zijn moeder had hem aan den Heere afgestaan. Hij woonde niet meer thuis, zooals jij, maar bij Eli, den priester."

„En Eli viel van zijn stoel en was dood. Hij vond alles maar goed, wat zijn kinderen ook deden", zei Emy op radden toon, zich het verhaal herinnerend.

„Ja, dat was heel erg. Vaders en Moeders moeten niet alles goed vinden, wat de kinderen willen", zei Maleen ernstig.

De grijze en de bruine oogen keken elkaar onderzoekend aan.

„Vader vindt nóóit iets goed", zei het kind norsch. „En jij bent ook zoo vaak boos."

Toen, alsof ze vond, teveel gezegd te hebben, ging ze ijverig haar poppen uitkleeden en andere kleertjes zoeken tusschen 't speelgoed in haar bed.

„Emy", vroeg Maleen verdrietig, „is dat nu wel heelemaal waar? Vaak boos?"

Het kind zweeg. De donkere oogen keken critisch.

Maleen boog zich over haar heen. „Kindje", zei ze teeder. ,,'t Lijkt erger dan het is, écht boos is Moeder nooit. Maar heusch, je verdient toch wel eens 'n standje? En als je maar altijd met alles bij mij komt, dan zal je zien, hoe verschrikkelijk veel Moeder