is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe lang reeds had ze daarom gebedeld, zelfs een aandoenlijk briefje aan den ooievaar geschreven, waarvan ze toen meteen de dwaasheid inzag. Maleen had haar meisje verteld, dat Mamma het kindje bij zich droeg, dat het nu nog moest groeien en op een mooien dag wel zou komen.

„Dan ben ik dus heelemaal van jou?" had ze blij gevraagd, het groote wonder niet dadelijk in vollen omvang kunnende gelooven. „Ik wil bij je zitten, op schoot, Mamma." —

Het kind keek even op bij Justs binnenkomen en fluisterde een bedeesd: „dag Vader". In de binnengalerij zweeg plotseling de piano.

„Alweer datzelfde stuk", dacht Just. „Dat hoorde hij den laatsten tijd tot vervelens toe". Hij wist niet, hoe mèt de blijde melodieën Maleen iets terug zocht van de blijde gezindheid uit haar kinderjaren. —

Ze draaide zich om op het pianostoeltje en keek haar man afwachtend aan. Hij groette haar vluchtig en liep door naar de achtergalerij.

„Zal je netjes opruimen, Emy?" riep Maleen naar de voorgalerij. „We gaan eten."

„Hè, waarom nou? Ze zitten juist allemaal zoo netjes. Kijk es, hoe leuk, Mamma! Mogen ze nog eventjes zoo blijven?"

Maleen ging kijken. Daar klonk achter haar de ongeduldige stem van Just, die terug was gekomen: „Emy, heb je je moeder niet gehoord? Ga opruimen! Dadelijk!"

Verschrikt pakte het kind de zoo zorgvuldig opgestelde huishouding bij mekaar en met een onwilligen trek op haar gezichtje liep ze naar binnen.

Maleen volgde zwijgend. Ook in haar groeide onwil. Waarom gebood Just maar dadelijk, zonder zich van iets rekenschap te geven? Was niet de kindervraag volkomen begrijpelijk? Is afbreken van wat juist werd opgebouwd ook voor een kind geen teleurstelling? Just hoorde in ieder „waarom" slechts verzet, dat onmiddellijk onderdrukt behoorde te worden. Wat er omging in de ziel van een kind, interesseerde hem niet.

Om de toenemende verwijdering scheen hij zich niet te bekommeren.