is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De laatste nacht aan boord was aangebroken.

Het was nat en guur. Maleen wikkelde zich dieper in haar wollen vest, niet erg verrukt over de combinatie met een geruit rokje en een blauw vilten hoed met rooden pompoen, die ze in Tjilatjap nog zoo had bewonderd. De kinderen waren al vroeg te kooi gekropen. Josje was spoedig zoo warm als een stoofje in haar flanellen hanssopje, maar Emy, hoewel even warm gekleed, lag nog uren te rillen.

Alleen Just genoot. Dit was een voorproefje van Holland, vond hij. Met moeite wist Maleen hem te weerhouden, den nacht aan dek door te brengen om bij het eerste morgengloren de kusten te zien opdoemen van het eenige land ter wereld, dat zijn liefde had, waarnaar hij verlangde als naar een aangebeden vrouw.

In alle vroegte, toen kille nevels het uitzicht benamen en nog niets anders te bespeuren viel dan het spattende schuim van witgekuifde golven, stond Just zich al te kleeden om geen streepje van den eersten kostbaren aanblik te missen.

„Wil ook mee Vade", klonk een dringend stemmetje uit de aangrenzende hut.

„Houd de kinderen er voorloopig nog in", fluisterde Just zijn vrouw zóó luidruchtig toe, dat ook Emy ontwaakte, om zich dadelijk met een norschen ruk naar den hutwand te keeren.

„Wil met Vade mee", begon nu Josje te dreinen. Maar Just was juist klaar en verliet haastig de benauwde ruimte.

„Kom maar hier, Josje, bij Moeder", riep Maleen, dan kijken we samen uit het raampje, 't is boven veel te koud."

„Is bove niet koud", weerstreefde het kind. „Moede Josje aanteeje". Meteen kwam ze aangedribbeld om dan toch maar eventjes met Moeder samen uit het raampje te kijken.

„Kom je ook Emy?" riep Moeder.

Een onverstaanbaar gemompel was het antwoord.

Maleen duwde de patrijspoort zoo wijd mogelijk open. Josje hing met haar ronde kopje naar buiten, natuurlijk precies in de verkeerde richting kijkend. „Osje ziet niks", klaagde ze.

Daar stoof Just naar binnen. „Kijk goed uit nu, daarginds is IJmuiden." Hij dwong Josjes hoofdje in de goede richting. Ze zag van terzijde de in zee uitstekende pieren en riep teleurge-