is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

danken, dat de boel in de societeit rolt, zeker even goed als de oude, afgesleten ivoren ballen over het vaal-groene laken van het aftandsche Wilhelminabillard in de groote zaal hobbelen.

Dat is dan de societeit, het „cultureele" centrum van Banjoebatjin maar nog meer voor de suikeremployé's uit de buurt.

Natuurlijk, zoo gauw de fabrieken zijn afgemalen, trekken vooral de boedjangs 1) naar Soerabaja of Bandoeng. Maar in de drukke campagne, als ze er nauwelijks een paar uur of een enkele avond kunnen uitbreken — toch doen ze het, omdat de spanning anders te sterk zou worden — dan brengt de societeit van Banjoebatjin ze weer eens in aanraking met de ,,beschaving". Vooral Donderdagsavonds als het strijkje speelt en er gedanst wordt. Dan zijn ze even ontrukt aan de fabriek. Dan vergeten ze voor enkele uren hun riettuinen en kookpannen, hun molencylinders en ampas 2), hun Inlandsche koelies en Javaansche vrouwelijke werkkrachten, die in fabriek en tuinen een eigen sfeer om zich heen verspreiden. Het is dikwijls juist die Inlandsche sfeer, waaraan de Europeesche employé zich in de lange maanden van den alle energie opeischenden en lichamelijk en moreel verslappenden campagne-tijd zoo moeilijk kan ontworstelen.

Als hij naar de soos gaat, trekt de employé weer eens een wit pak aan, na weken in het khaki te hebben geloopen. Hij weet, dat ook de anderen, die hij

1) boedjang = vrijgezel.

2) ampas = uitgeperst, gebroken suikerriet. Wordt soms als brandstof gebruikt.