is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geopende oogen in het vale, nu geel-bruine gelaat.

Dan, onverwachts, schiet een der jongere bedienden, een Soendanees, in een lach en een baboe van de pachtersvrouw neemt dien lach over. Ook zegt er één een spotwoord om den man, die alles op het spel zette voor een wispelturige, ijdele, hebzuchtige vrouw en — verloor vrouw, eer en betrekking. Als een schurftige kampong-hond wordt hij weggetrapt.

„Dia mahoe kawin — die wil trouwen," zoo spotten de anderen.

Nauwelijks heeft Samin bemerkt, dat men hem bespot of zijn houding verandert. Zijn oogen glanzen, gevaarlijk en dreigend, zijn gestalte recht zich, hij schort zijn sarong op en uit zijn lendengordel rukt hij een kris. 1) Zijn bundeltje kleeren en eigendommen valt op den grond maar hij let er niet op. Met vreemde, dansende passen gaat hij vooruit, zijn wapen in de hand.

De glimlach en spotwoorden zijn den bedienden op de lippen bestorven en ook Wim Hoogerbeets kijkt nu ernstig in de richting van Samin. En dan, voor ik weet wat er gebeurt, heeft Wim mij van mijn stoel getrokken, zoodat ik op zijde tuimel. Op enkele meters afstand gaat de inlander ons voorbij. Zijn bijzondere, „tandakkende" gang wordt vlugger en als hij op het voorerf der sociteit is rent hij naar den weg.

„Amok," zegt Wim heesch.

„Amok — amok," roepen de inlanders en de

i) Kris = Javaansche dolk.