is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruipen. Weldra lig ik puffend en transpireerend achter het muskietengaas. Maar het duurt toch even eer ik in slaap val. Ik zie weer het tafereel, dat eenige uren geleden de omgeving van de Soos in Banjoebatjin zoo onrustig maakte en denk met verwondering en medelijden aan den inlander, die, omdat hij in moeite en misère zat, nog grootere ellende over zich haalde. Ik tracht mij de begripsverenging van den armen kerel voor te stellen, maar vind geen verklaring voor zijn krankzinnige wijze van doen. Vreemde, ziekelijke afwijking, dat amok-maken. Komt alleen bij inlanders voor, zegt Wim. Gek toch — hebben wij blanken geen begrip van! — grip van — grip van, neemt, rythmisch krakend een grobak met ampas 1) mijn mijmering over. En op het rythme van de langzaam werijdende grobak, val ik in diepe, droomlooze slaap.

Ik ontwaak, door het rammelen van mijn kamerdeur. Dat rammelen heb ik reeds in mijn slaap gehoord maar het duurt geruimen tijd eer ik het thuis kan brengen. Dan herken ik de stem van Wim: „Kom er uit, slaapkop. Zóó te maffen — 't is al bij half vijf."

Met één sprong sta ik buiten mijn klamboe, zoo mogelijk nog loomer, dan vóór ik ging en

trampé van het sterke transpireeren. Maar behalve lichamelijk onbehagen gevoel ik ook de druk van een moeilijk te vervullen plicht. Eensklaps staat alles mij weer duidelijk voor den geest: vanavond zijn wij de gasten van den administrateur — nu is

l) grobak met ampas = (osse-) kar met uitgeperst en — behalve voor brandstof — waardeloos riet.