is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit Non zou zijn. Maar Wims begroeting stelt mij gerust.

„Zóó, juffrouw Sidderé, hoe gaat het? Weer eens op „Tanahrawang".."

„Och, zoo stijf deze'—weet al lang toch, Melita?'

„Das waar ook — we zijn overeengekomen het deftige mijnheer en juffrouw weg te laten. — Nou, Meel, blij je weer te zien, meid. Vandaag gekomen?"

„Gisteren al — maar soesah — trein te laat van Cheribon -— te laat in Banjoebatjin — mijn hart keteplok-keteplok 1) — oeah, ik takoet — bang 2), mijn nicht, hij wacht niet langer. Maar was er, die Non, — altijd te laat, die treinen — maatschappij kan niet schelen — traverdoelie. 3) Veel klachten maar wachten — wachten. — Tot treinen leeg en alles in auto. En dan —? Als die kalf verdronken, soedah, laat maar zwemmen.

„Meel, ik heb een vrijer voor je meegebracht -— mijnheer de Groot, pas uit Holland — maak maar gauw kennis met elkaar — Max, mag ik je voorstellen, jufrouw Amelia Sidderé uit Cheribon."

„Aangenaam juffrouw Sidderé."

„Gheel aangenaam, m'nir."

„'k Geloof dat mijnheer Hoogerbeets ons een beetje voor het lapje houdt."

„Oeah, vervélend deze — altijd plagen hij."

„Meel, je weet het, ik ben niet tevreden voor je

1) ketëplök-ketëplök: aanduiding hartslag.

2) takoet = bang.

3) traverdoelie = verkorting van tidah perdoelie = kan niet schelen, komt er niet op aan.