is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Als-je-blieft de waarheid, precies de waarheid. Alleen vraag ik je, wacht nog één week, opdat ik je vóór kan zijn met schrijven."

„Goed," zeg ik. Een oogenblik meen ik werkelijk, dat mijn bezoek toch één goede zijde heeft gehad, dat ik Wim tot eerlijkheid en openhartigheid gebracht heb. Maar als ik nadenk, kom ik tot de overtuiging, dat ik slechts dit heb bereikt, dat wat er nog aan weifeling in Wun aanwezig was, is weggevaagd. Wat nog een conflict was, is dat nu niet meer. Wim heeft in alles gecapituleerd. En dat negatieve gevolg van mijn bezoek stemt mij weinig vroolijk.

Als wij in Wim's auto wegrijden, loopt Non in sarong en kabaja door den tuin van het administrateurshuis. Ze is bezig met haar bloemen en als wij voorbijkomen wuift ze vrolijk en schijnbaar argeloos met een bos rozen. Ik vind haar in deze Indische kleeding nog knapper en verleidelijker dan den vorigen dag en ondanks mijn antipathie moet ik even omzien.

„Pas op," lacht Wim, „maak mij niet jaloersch!"

Op het perron van Banjoebatjin staat een inlander, tusschen twee politie-agenten.

„Misdadiger?" vraag ik.

Maar Wim is reeds op de agenten toegeschoten en komt even later hoofdschuddend terug.

„Ik herkende hem direct — het is Samin uit de Soos, je weet wel, die gisteren dat relletje veroorzaakte en een vrouw verwondde."

„Die amokmaker?"

„Ja — hij wordt naar Buitenzorg gebracht,