is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappij, wier belangen hij behartigt, zóó sterk is, dat die ontstemming hem niet zal deren. Er schijnt, nu hij op zóó jeugdigen leeftijd reeds, een dergelijke functie bekleedt, niets in den weg te staan aan zijn verloving en huwelijk met Non van Someren. Ik vraag mij alleen af, waarom Wim mij zelf niet geschreven heeft over deze bevordering, die zoo geheel met zijn plannen moet strooken. Maar ik begrijp, dat hij de laatste weken, door het bezoek van den directeur en door verschillende besprekingen, zóó in beslag is genomen, dat hij mij niet heeft kunnen schrijven. Het meest voor de hand liggend is, dat ik bij mijn terugkomst in Batavia een brief van hem zal vinden. Ik besluit op dezen brief niet te wachten maar Wim reeds nu, naar aanleiding van het „cultuur-berichtje", met zijn bevordering geluk te wenschen. Wat ik ook op zijn houding en handelwijze moge tegen hebben, ik wil niet den schijn van onhartelijkheid op mij laden: vooral in deze omstandigheden wil ik dat niet. Worstelend met taal en stijl om een juisten vorm voor mijn gelukwensch te vinden — niets is moeilijker dan #e/u/c-wenschen terwijl men overtuigd is, dat de ander zijn werkelijk geluk den rug toekeert -—■ krijg ik eindelijk een brief gereed, die mij nogal voldoet.

Enkele dagen later brengt de Soerabaya—Batavia-expres mij naar mijn standplaats terug. Ik ben nieuwsgierig, of ik een bericht van Wim zal vinden en als ik inderdaad tusschen mijn post een brief met poststempel Banjoebatjin aantref, laat ik ~ voor het eerst sinds ik op Java voet aan wal zette