is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vader is rijk, héél rijk — en ik ben z'n eenig kind."

„Houdt hij niet van je?"

„Dat weet ik niet — hij heeft het nooit laten merken, en ik kan er toch niet over beginnen?"

Nog eens, ik gevoel felle pijn bij alles wat Non zegt — de mogelijkheid alleen, dat ze wég zal gaan uit mijn leven, doet mij lijden. Maar daarnevens heb ik echt medelijden met Non. Hoe ongelukkig moet ze zijn, om iemand lief te hebben, die haar liefde blijkbaar versmaadt. „Neen, je kunt er niet over beginnen — maar — als je liefde echt is — dan <— dan — kan je er toch wel iets — van laten «— merken." Ik moet het haperend gezegd hebben •— elk woord doet mij pijn.

„Meen je dat? Meen je het heusch, dat ik mijzelf niet weggooi, als ik, een meisje, iets van mijn liefde laat merken?"

„Neen," zeg ik. En ik weet, dat de toon, waarop ik dit zeg, gedwongen is.

„Heusch niet?"

„Heusch — niet!"

„Wat maak je me gelukkig met dat antwoord — Wim!" Dan zwijgt ze en kijkt mij aan. Kijkt mij aan, zooals ze me nog nooit heeft aangezien en in dien blik verraadt ze haar geheim. Dan weet ik — weet ik wien ze in stilte bemint.

„Non — Non," zeg ik, schreeuw ik bijna.

„Wim," fluistert ze.

Wat zal ik schrijven over die eerste uren van ons geluk? Ik, die nooit heb liefgehad? Zelfs in mijn dagboek kan ik niets over die eerste uren