is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik wilde teruggaan. Mij niet opdringen. En toch, ik moest eerst Non spreken, 'k Heb overal gezocht. En haar gevonden — met Hugenpoth — in de voorgalerij van zijn paviljoen. — Zij zaten bij het licht van een schemerlamp in de gesloten voorgalerij. — Ik liep in het donker. — En zag — 'k Wil niet schrijven wat ik zag en tóch ik moet het neerzetten: Hij kuste haar — Ik had hem kunnen neerslaan ■— Hoe durfde hij •— hoe durfde hij mijn Non te kussen? Maar zij — zij kuste hem terug. Ik schrijf het nog eens, met groote letters nu: Zij kuste hem terug en voor de derde maal thans met hoofdletters: ZIJ KUSTE HEM TERUG. Daar, nu staat het er, driemaal. Ik lees en herlees het. —- 't Is dus waar — zéker is het waar, ik heb het zelf geschreven — Ik moet er om weenen — neen lachen: „ha, ha, ha," hard lachen: „ha, ha, ha" — schateren: „HA, HA, HA" — wat een klucht, wat een dolle klucht —

Ik ben naar beneden gegaan, naar mijn hotel. Ik heb gedronken whiskey-soda —- whiskey-sodawhiskey-pür toe! Ik wist niet dat dit goedje zoo lekker is, als je er veel van drinkt!

Vanmorgen een telefoontje van den baas: ik moet maar naar de fabriek teruggaan en daar op hem wachten, 'k Heb niets gezegd dan: „goed mijnheer."

Nu zit ik weer op „Tanahrawang". 'k Heb een besluit genomen: drinken zal ik niet meer, dat be-