is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen wel eens tracht wijs te maken. En Non is hem glad de baas. Het is aan hèm te danken, dat jij die prachtbenoeming op „Lamansari" gekregen hebt en jonkheer Hugenpoth —"

„Is een schoft —"

„Neen, dat is hij niet — hij is precies zoo onder den invloed van Non gekomen als jij. — Hij vindt de heele geschiedenis voor jou ook alleronpleizierigst en heeft zijn volle medewerking verleend om jou die administrateursplaats te bezorgen."

„Ik geloof er niets van!"

„Waar niet van?"

„Dat Non veranderd is."

„Toch is het zoo."

„Kan niet — en als ik maar een kwartier met haar alleen spreek, zal zij het mij toestemmen. Zóó kan een vrouw niet veranderen. — Ik zal haar spreken!"

„Ze is niet thuis, nu!"

„Ik wacht —'"

„Wim, Wim, wees toch verstandig," meng ik mij weer in het gesprek. „Ze is jou niet waardig. Ga toch terug naar „T anahrawang" en dan naar de suikerfabriek in den Oosthoek, waar zoo'n prachtige plaats je wacht en waar je een nieuw en werkzaam leven kunt beginnen."

„Ik bedank er voor —"

„'t Is je plicht te gaan."

„Mijn plicht — mijn plicht ligt op „Tanahrawang" als Non er is, en hier, in Soerabaya, als ze hier vertoeft. Ik ga niet weg — ik wijk niet van haar zijde. Non — Non, mijn liefste, mijn eenigste,