is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als wij voor zijn paviljoen staan is de deur gesloten. Wij roepen, schreeuwen, beuken op de deur — maar Wim blijft in zijn kamer.

Dan, onverwachts, wordt de deur opengerukt, hij stormt het erf op, het hotel uit ■ en is verdwenen voor wij hem kunnen tegenhouden. Als wij buiten komen, zien wij nog juist, dat Hoogerbeets een taxi aanroept, er in springt en wegrijdt.

Wij gaan weer terug, om van Someren te waarschuwen. Hij zit alleen op de voorgalerij — Non en Hugenpoth zijn nergens te zien.

Zwijgend luistert de administrateur naar wat wij vertellen. Dan zegt hij vermoeid: „Wij vertrekken vanavond nog —■ het lijkt mij beter. Verder wil hij over de zaak niets zeggen. Om elf uur rijdt van Somerens „Pathfinder" weg — Wim is niet teruggekomen.

Tot laat in den nacht wachten wij voor Hoogerbeets' kamer. — Zijn bagage ligt door zijn kamer verspreid — kleedingstukken en toiletartikelen, t Wordt twee uur —■ drie uur —1 W'im blijft weg.

Dan gaan ook wij, dood vermoeid, naar bed.

Maar ik wordt tot in mijn droomen vervolgd door alles, wat dezen avond is gebeurd en duidelijker dan al het andere, zie ik Wim, den Europeaan, als een amoklooper over het hotelerf gaan.

Arme, arme kerel