is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gend, met een bijna cynische glimlach om de lippen. Ik heb gedacht, dat hij zou opvliegen, als hij hoort, dat wij de boodschap van Non slechts verzonnen hebben, maar dat gebeurt niet. Even is het stil, dan zegt Wim zachtjes: ,,nu, verder, hebben jelui nog meer op je hart?"

Inderdaad ik heb veel, héél veel op mijn hart, maar intuïtief voel ik, dat het dwaasheid zou zijn dit vele nu te zeggen. — En ik heb er tot op dit oogenblik geen spijt van, dat ik toen gezwegen heb. Later heb ik wèl gesproken, op een oogenblik, dat véél gunstiger leek, en het bleek het werpen van paarlen voor de zwijnen te zijn. Wim was ziek, geestesziek toén reeds — hier kon slechts medische hulp baten en geen beroep op gezond verstand, alle hanteering van ethische en religieuze motieven moest afstuiten op het harde pantsier van den waanzin, waarin hij, om af te zijn van het reëele leven en af te zijn van zijn ellende, gevlucht was.

„Nu, verder, hebben jelui nog meer op je hart?" Wim stelt de vraag voor de tweede maal, thans iets scherper.

„Neen — nog eens, het is de hoogste tijd, dat je weggaat. Ondanks alles wat er gebeurde, is het misschien nog niet te laat."

„Te laat, waarvoor?"

„Om je functie op „Lamansari" te aanvaarden. Niemand zal je tegenwerken, dat verzeker ik je."

„Neen, ze zullen blij zijn, als ik hier weg ben."

„Inderdaad, het is voor alle partijen het beste."

„Maar ik ga niet, hoor jelui, ik ga nooit."

„Weet je wat dan het einde is?"