is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu?" . ,

„Dat je van de onderneming wordt weggejaagd

en je huis uitgezet."

„Daar wacht ik juist op." Hoogerbeets lacht — hard en nerveus. Die lach is het onbedriegelijk bewijs van de overspanning, die zijn geest reeds beneveld heeft. Lastman en ik, zien elkander aan en wij weten het beiden — beter nog dan te voren — Hoogerbeets is een geestelijk ontwrichte • ■ en deze wetenschap drukt ons wel zeer zwaar. Wat moeten wij doen? Een arts raadplegen? — Het bezoek van den dokter uit Banjoebatjin zou alléén succes kunnen hebben als Wim wil medewerken — en daar hoeven we niet op te rekenen.

Twee dagen lang bezoeken wij hem telkens weer, Lastman en ik tezamen dan wel ieder afzonderlijk, maar Hoogerbeets blijft met de hardnekkigheid van den waanzin aan z'n idee-fixe vasthouden: hij mag niet weg van „Tanahrawang", hij moet hier blijven, om Non te beschermen en te redden. Al onze argumenten baten niets en wij begrijpen, dat ze ons nimmer iets zullen geven.

Des te meer verwonderd zijn we, als op den dag van mijn vertrek, terwijl ik mijn laatste bezoek aan Wim Hoogerbeets breng, deze geheel van inzicht veranderd is.

„'k Heb nagedacht," zegt Wim — „en ik zal weggaan."

Lastman en ik zien elkaar blij-verwonderd aan. We hebben niet durven hopen, dat Hoogerbeets ten slotte toch zou toestemmen. Maar ik herinner mij, wel eens gelezen te hebben, dat geesteszieken