is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als ik het gesprek breng, op datgene wat hij toch als kind geleerd heeft en op de dingen, waarin hij als jongmensch in Holland leefde, schudt hij het hoofd. Als ik hem wijs op de belofte, die hij bij zijn belijdenis deed, komt er een harde trek en cynische lach op zijn gelaat. Hij weigert eenvoudig in te gaan, op wat ik zeg. Werkelijk, ik was toen allerminst iemand, die met mijn levensovertuiging of vroomheid te koop liep. Maar ik voel, dat ik iets doen moet voor dien armen, gekwelden jongen man. Ik vraag hem of wij samen willen bidden, maar hij lacht mij in mijn gezicht uit. Als ik spreek over zijn ouders — èn over Marie Helders verzoekt hij mij te zwijgen.

,,Ik wil niets hooren over Holland en over al die vromigheid," zegt hij, „mijn plicht ligt hier, ook al ga ik wèg van „Tanahrawang" en ik zal dien plicht tot het uiterste vervullen, daarvan kan je zeker zijn."

De tijd dringt en ik moet naar Batavia terug — ik mag niet langer blijven. Ik beloof Lastmans nadere berichten af te wachten en dan het een en ander naar Holland te berichten. Ik heb op Wims schrijftafel een paar ongeopende brieven zien liggen, en dus besluit ik aanvankelijk slechts mede te deelen, dat Wim ziek is, zelf niet kan schrijven, maar dat men zich voorloopig niet ongerust behoeft te maken. Hoewel ik begrijp, dat men dit natuurlijk wèl zal doen en dat ik zeker niet lang met mijn nadere toelichting zal kunnen wachten.

Gelukkig moet ik nu eenigen tijd op het hoofdbureau werkzaam blijven en geregeld bereiken mij