is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelig, religieus, consekwent en gewetensvol mensch.

Ben ik nog gevoelig? Neen — liefde, echte vriendschap heb ik uit mijn leven gebannen. Niemand valt ook mij met zulke gevoelens lastig. Ben ik nog consekwent? 't Lijkt er niet op!

Gewetensvol? 'k moet er om lachen!

Religieus? 'k Heb God en godsdienst voor goed uit mijn leven gebannen.

Hoe ben ik dan, wat ben ik dan?

Karakterloos ben ik, in den eigenlijken zin van het woord, dus: zonder een bepaald karakter. Niet in den zin van: ethisch slecht. Of ben ik dat toch? Is mijn geweten zóó afgestompt, dat ik eigen slechtheid niet meer zie? Een ding is zeker, mijn gevoel is minder fijn, dan vroeger. Ik reageer ook met een zekere onverschilligheid op de dingen, die mij overkomen — eigenlijk ben ik onaandoenlijk. Alleen maar —men moet niet met mij over religieuze kwesties beginnen, dan word ik „wild". — Mijnheer de Vrieze, mijn vroegere chef, heeft mij in Soerabaya opgezocht en getracht met vrome praatjes op mijn gemoed te werken — maar de lust daartoe is hem spoedig vergaan. Vóór hij naar Batavia terugkeerde, is hij mij opnieuw komen opzoeken. Hij liet niet merken, dat ik hem gegriefd had en was werkelijk héél hartelijk. In één ding heeft hij gelijk — ik moet er eens uit. De verstikkende hitte der laagvlakte is fnuikend voor de gezondheid. Het kost mij weinig moeite verlof te krijgen, en ik besluit de drie weken, die ik „vrijaf" ben, in Tosari door te brengen.