is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik een normaal mensch? ■— Ik weet het niet.

De gedachte, dat ik niet normaal ben, vervolgt mij; weken-, maandenlang ga ik door de wereld met een minderwaardigheidscomplex. — Nog een half jaar doe ik mijn werk — dan word ik ziek, zenuwziek, zegt de dokter. „Niet in Indië blijven," raadt een specialist, „uw gestel heeft teveel van het klimaat geleden."

Waarom zou ik naar Holland teruggaan? Waarom zou ik probeeren kunstmatig mijn leven, dat toch eigenlijk geen enkele waarde voor mij heeft, te verlengen? Ik blijf in Indië en als ik weer zoo'n beetje opgeknapt ben, ga ik opnieuw aan den arbeid. Maar ik voel, dat het met mijn werk niet vlot. — Van Someren, die in dien tijd naar Holland is geweest, komt terug met de boodschap, dat men in den Haag eischt, dat ik met buitenlandsch verlof ga. Ik kan niet anders, ik moet toegeven, ik ben moe, o, zoo moe. —

Nu lig ik ziek in het vertrouwde, vriendelijke ouderlijke huis. Mijn moeder wijkt niet van mijn zijde en Wim Hoogerbeets' vroegere verloofde helpt haar — zij besteedt alle zorg, die de arme Wim moet ontberen, aan mij. Men zegt, dat ik weer beter wordt, maar ik geloof het niet, begéér het ook niet — tenzij het Gods wil is.

Gods wil — en dat zegt één, die met God gebroken heeft?

Stil, stil — ik had met God gebroken — maar God niet met mij. In mijn ziekte is Hij tot mij ge-