is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

s

Uoms ligt, aan de oever van een onbevaren zee, aan de voet van een onbewoond en bar gebergte of midden in een dorre droge vlakte, waar men nauwelijks een gehucht of alleenstaande huizen meer verwachtte, een stad. De reden van bestaan, een rijke mijn, een goede haven, is al lang geleden opgeheven en de stad is daar maar gebleven, de bewoners planten zich voort, er is geen nieuwe aanvoer van bloed en rijkdommen van buiten, het geslacht verschraalt en verarmt en met die van de stad de oerbevolking van de omliggende streek. De buitenwereld gunt die stad haar schraal bestaan en laat haar ongemoeid; ze is onschadelijk.

Alleen voor den eenzamen reiziger op doortocht naar betere gewesten levert ze een zeker gevaar op. Vermoeid van lange tochten wil hij, nu die stad daar midden in de verlatenheid ligt, toch wel rusten. De stad ligt aan de kust, aan de voet van het gebergte, of in het midden van de vlakte als een klip die moeilijk is te ontgaan. Waagt hij zich te dicht in haar nabijheid, al de hoop, al het verlangen naar nieuw leven, naar een beter lot, dat als in alle stervelingen ook in de stads- en vlaktebewoners leeft, wordt op