is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertrouwen dat zijn zoon wel vóór de priesterwijding weg zou loopen.

Toen hij later, door zijn sidderende vrouw onderricht, voor het feit stond dat zijn zoon toch tot priester was gewijd, raasde hij en bedronk zich voor het eerst maar niet voor het laatst van zijn leven, als een vader die zijn dochter zwanger weet.

Al bekende hij het zich niet, en vooral niet aan anderen, het denkbeeld dat nu zijn geslacht uit zou sterven, was het ergste voor hem. Maar dagen later, toen hij weer tot kalmte gekomen was en op de akker werkte, kwam hij tot bezinning. Was het dan wel zoo'n ramp? Hij had geen woord gewisseld met zijn medemenschen, alleen maar op de steenige bodem ingehakt en de ossen venijnig aangedreven en opeens dacht hij, stilstaand bij een poel en in de modder starend: „Was het wel zoo'n ramp dat zijn geslacht niet zou worden voortgezet?"

Zijn grootvader had nog een hoeve gehad met een lap land, die was hem afgenomen. Zijn vader was in dit hutje geboren, hij ook, Tarabana ook, het riet verrotte, het hout vermolmde, het kon geen menschenleven meer overeind staan. Wat dan? Waar hadden Tarabana's kinderen weer moeten wonen? En wat was er over van het Toltekenras,