is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is een somber meer, de omringende bergen zijn bijna overal steil en zwart en schaarsbegroeid. Twee uur op het midden van de dag ligt het als een blauwe ovale spiegel blakend tusschen de heete hooge wanden en de felle gouden zon staat er hoog boven en ligt er diep in. Daarna wordt het in een zon- en een schaduwhelft verdeeld, zooals het amphitheater van een corrida. De schaduwhelft breidde zich snel uit en lang voor de avond lag het meer al in duister gedompeld.

Hij dwaalde aan de oevers, bijna niemand ontmoetend, zich verheugend als de slagschaduw over het oppervlak begon te trekken, soms visschend, zijn honger verder met vruchten stillend en mais, die te koop was in de eenige woning aan de Westelijke rand van het meer.

Plotseling was hij opgebroken, bevreesd te worden gevangen in de ban van de doodstille oevers, smal langs de bergen die er omheen stonden. Waarom, wat verzuimde hij, wat kon hij beter doen dan vergeefs en onschadelijk leven tot zijn dood?

Hij vroeg het zich af toen hij weer over de altos trok in het gure jaargetij. Yerweekelijkt was hij door het gelijkmatig meerklimaat, waarom was hij niet langer gebleven? Nu