is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rand het grof silhouet van een stad en dat moest Guadalajara zijn.

Hij voelde zich opeens doodmoe en zag er tegenop daarheen te gaan, naar die stad en voor het eerst dacht hij niet aan de stad, maar aan de zee. Maar hij kon niet terug. Tot Sombrerete en nog een eind verder, zou hij dezelfde weg moeten afleggen, weer door die dorpen gaan waar men hem had gehoond. Een vermomming? Hij kon toch zijn glas wegwerpen, andere kleeren koopen en zijn baard afscheren. Het kon. Toen wist hij dat hij het niet zou doen en de andere dag verder gaan: Guadalajara omtrekkend als het kon, er doorheen gaan als het moest. Maar eerst scheen geen van beide te zullen gebeuren. Uren en uren liep hij, zonder merkbaar te naderen. Het was waar dat hij langzaam verder kwam. Weer geen wegen, slechts vage paden, geen dorpen, alleen gehuchten en alleenstaande hutten. Deze hadden alle de vorm van vulkaankegels daarginds in de verte, die nog vlak achter hem lag en schenen deze eindeloos te herhalen; dat maakte ook dat hij geen gevoel van voortgang had. En ook de hoeden die de menschen droegen leken erop, plomp en puntig en de punt wat opzij gezakt als ze waren. Zij zagen nooit op of om zich heen en het was alsof ze door die na-

De opstand van Guadalajara — 4