is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Escuatla's auto reed men op zijn aanwijzingen naar het bisschoppelijk paleis, dat wat achteraf lag in een kleine voorstad achter een breede straat, met een kleine kerk, een school en een zusterhuis een vrij groot complex vormend.

Daarheen had Tarabana toen hij zich machthebber voelde, zijn eerste schreden gezet, hij was regelrecht naar de sacristy gegaan en had het gewaad aangetrokken dat de bisschop daar al jarenlang had klaarhangen voor de tijd dat hij kardinaal zou worden. Even knielde hij als in gebed en verzamelde alle haat in zich tegen den man die hem zoolang had misbruikt en voor den domme gehouden. Hij voelde voor hem toch nog een zeker ontzag.

Dc bisschop zat zielig en ineengedrukt in de bibliotheek in zijn armstoel. Wist hij iets van de gebeurtenissen af? Maar toen hij Tarabana zag begon hij te fulmineeren, alsof hij een koorknaap voor zich had en geen volksleider.

„Jij fielt, adder, jou heb ik gekoesterd en je mijn geheime verwachtingen geopenbaard, en nu mij beleedigen, mijn gewaad aandoen. Ik zal je de kerk uit laten zetten, ik zal je . . ." „Er is geen kerk meer, er is een nieuwe." „Lees," brulde de bisschop, greep tusschen

De opstand van Guadalajara — 7