is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bladen van zijn boek, spreidde een brief op tafel uit en drukte Tarabana met zijn neus erop. „Lees, ik ben benoemd, ik ben kardinaal, eindelijk, ik doe ie in de ban. Trek uit!"

En hij begon Tarabana aan zijn mouwen te rukken. Deze maakte zich los.

„Er zijn geen kardinalen meer en geen bisschoppen. Weet u van niets? Is alles u voorbijgegaan? Is de komst van den Verlosser, u, die er altijd de mond van vol had, niet geopenbaard? Hij is gekomen en heeft de macht aan zich getrokken, wereldlijke en geestelijke. De kerk wordt in zijn oude zuiverheid hersteld, geloovigen en diakonen, anders zullen er niet zijn en ik geloof dat hij ook een plaats wil geven aan de oude goden."

„Ik zal je in de gevangenis laten zetten voor opruiende, godslasterlijke taal en onrechtmatig dragen van hoogepriestergewaden." „De gevangenissen staan open. De stad is ingenomen, de overheid is afgezet, den gouverneur heb ik eigenhandig gedood. En wat er verder gebeurt hangt van mij af." Hij richtte zich op, maar de bisschop greep hem vast met zijn groote grove handen door het purper heen. De woede stuwde het bloed, maar dit deed ditmaal geen vaten springen,