is toegevoegd aan uw favorieten.

Anoniem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENZAME NACHTWANDELING

Geen kwartier" — antwoordde hij.

En toen kwam ik tot de ontdekking, dat hij stond te trillen op zijn beenen.

Eerst begreep ik niet, wat daarvan de oorzaak zijn kon.

Maar weldra werd het mij duidelijk. De man was doodsbenauwd om alleen naar huis te gaan. Ik nam aan, dat dit in gewone omstandigheden niet het geval geweest zou zijn; maar zijn vaste overtuiging, dat wij zooeven een mensch in de struiken gehoord hadden, moest daarvan oorzaak zijn. Daarbij kwam, dat hij — hoewel hij mij zooeven, het pad op, onder den invloed van zijn angst zeer snel gevolgd was — toch altijd wat moeilijk liep: een gevolg van den toestand, waarin hij ook lichamelijk verkeerde en die mij op den ochtend, toen wij hem voor het eerst ontmoet hadden, zoo sterk was opgevallen.

„Ik loop nog 'n eindje met U óp" — zeide ik, alsof deze gedachte eerst thans bij mij was opgekomen.

„Dat zal ik heel prettig vinden" — zeide hij op een toon, waaruit een groote verlichting sprak.

Wij bleven den grooten weg volgen, langs den rand van het plateau. Merkwaardig was het, dat wij gedurende deze wandeling geen woord meer wisselden. Mijnerzijds wist ik werkelijk niet, wat ik had moeten zeggen; en van zijn kant zal het wel een soort van verlegenheid geweest zijn, die hem van spreken terughield, want het kón haast niet anders, of hij moest ontdekt hebben, dat zijn angst om alleen te gaan niet voor mij verborgen gebleven was.