is toegevoegd aan uw favorieten.

Anoniem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WANKELMOEDIGHEID

verste verte niet vermoed te hebben, dat zijn toenmalige houding mij was opgevallen.

,,En nu, meneer De Blok" —■ vervolgde ik, „schijnt U alweer van inzicht veranderd: nu vindt U het plotseling jammer, dat ik niets meer van mijn vriend gehoord heb. Daarbij komt, dat U mij toen op onmiskenbare wijze te verstaan hebt gegeven, dat wij de zaak nu maar als ten einde moesten beschouwen, terwijl U nu weer uit Uzelf daarover tegenover mij begonnen is."

„Ik heb ook niemand om eens meê te overleggen" — zeide hij op een wat klagenden toon.

„Het is dwaas, wat U daar zegt" — zeide ik. „Om over mijzelf niet te spreken, hebt U toch zuster Ammens altijd in Uw nabijheid. Zij lijkt mij een verstandige en nuchter oordeelende vrouw."

„Dat is zoo!" — zeide hij.

„Waarom hebt U haar eigenlijk onkundig gelaten van het feit, dat U de hulp van mijn vriend, den detective, wilde inroepen ?"

„Ik ben blij, dat ik haar dat niet gezegd heb," — zeide hij. „Nu weet zij niet, dat ik tegenover hem een échec geleden heb. Het is nooit goed, zoo iets aan een ondergeschikte te laten merken."

„Maar zuster Ammens is toch Uw ondergeschikte niet in de beteekenis, die men daaraan gewoonlijk hecht," — zeide ik.

„Ik betaal haar en düs is zij ondergeschikte."

De toon, waarop hij deze woorden gesproken had, was hoogst onaangenaam geweest, even onaangenaam als hun inhoud. Zou hier de ware