is toegevoegd aan uw favorieten.

Anoniem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERR FRANZ RUDI OP BEZOEK

vooral de bank bij de onderste brug scheen hem zeer te interesseeren.

„Laten wij hier even gaan zitten, Willy!" — zeide hij.

Ik maak hier de opmerking, dat wij op onze geheele wandeling uitsluitend in het Duitsch gesproken hadden, „omdat de boomen gewoonlijk nog scherper ooren hebben dan de muren", zooals mijn vriend zich uitdrukte, en het van belang was, dat men ons niet voor Engelschen houden zou.

Het was vreemd, dat deze wandeling, bij mooi weer en in een prachtige natuur, toch weer — althans in mijn gevoel — iets „griezeligs" had. Ik weet wel, dat dit woord een te sterke uitdrukking is voor wat ik bedoel. Maar een beter woord kan ik er toch niet voor vinden. Ik verkeerde in dien eigenaardigen toestand, waarin men schrikt van elk geluid, dat uit de diepte van het bosch tot U komt. Meermalen heb ik in mijn vroegere boeken gewezen op het aantrekkelijke en mystieke van nachtelijke wandelingen door de bosschen; maar ditmaal bespeurde ik daarvan niets. Het zou te vèr gaan om te zeggen, dat ik bang was maar ik kon het mij niet ontveinzen, dat ik mij toch in het geheel niet op mijn gemak gevoelde.

Toen wij, op voorstel van den detective, op de bank hadden plaats genomen en daar korten tijd zwijgend naast elkander gezeten hadden, begonnen de onbestemde geluiden, die uit het bosch tot ons dóórdrongen, mij meer en meer te hinderen. Nu en dan was het mij, alsof ik wederom sluipende voetstappen in de struiken achter ons hoorde.