is toegevoegd aan uw favorieten.

Anoniem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEWONDE

den, dat hij wel 'n draagbaar in huis zou hebben. Maar het kwam er hier niet op aan, of die gevolgtrekking vreemd was: het kwam aan op de behulpzaamheid, die de jongen in dit geval getoond had.

G.G. stak hem deswegen dan ook een pluim op zijn hoed.

„Je bent een beste jongen!" — zei hij.

Fritz kreeg een kleur: blijkbaar was het voor hem geen alledaagsche zaak om geprezen te worden.

„Dan is er nóg iets" — ging hij voort. „Het ,Fraulein' staat in de gang."

„Welk ,Fraulein'?" <— vroeg G.G.

„Het .Fraulein' van Herr De Blok! Zij vraagt, of zij binnen mag komen."

Dus: zuster Ammens?

„Is zij met je meêgekomen?" — vroeg de detective.

„Ja! Zij dacht, dat zij misschien met het een of ander helpen kon "

„Dat was een goede gedachte van haar" — antwoordde G.G., en, de deur openend, vervolgde hij, naar buiten sprekend:

„Komt U binnen, Zuster! Het is heel vriendelijk van U, dat U ons in den nood wilt komen bijstaan. Misschien kunt li ons nog de een of andere aanwijzing geven omtrent de patiënt."

Zuster Ammens zag er wat bleek uit, maar had overigens niets van haar kalmte verloren.

Zij knielde naast den slapenden gewonde neer en begon — eenigszins tot mijn verbazing, omdat zij hem daardoor wakker maken kon — het ver-