is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn andere zintuigen. Hij kon kilometers wijd zeer scherp zien en onderscheiden. Hij kon eenen haas in het vizier krijgen als geen ander. Hij kende ieder spoor van het wild in het gras en in de rogge. Als hij 's nachts op den grond lag uitgestrekt, omdat zijn hondje zoo onrustig was gaan kwispelen en met zijn voorpootjes tegen zijn broek krabbelde, dan voelde Cis in het trillen van zijn wang, waarvandaan de dreigende voetstappen kwamen en hoe hun richting was.

Wij hadden ook Brammetje Peccator, in zijn huis tegen den dijk buiten het dorp, de voormuur van het huis lag op den dijk, maar de achtermuur lag zoo diep in de dijkhelling, tegen dien blinden achtermuur kon de storm waaien, het water kon er tegen opstijgen en de steenen waren door het hoog water geteekend, dat kon Brammetje Peccator niet deren. Hoe kwam Brammetje aan zijnen naam. Hij had zich verstoken van de sacramenten onzer moeder de heilige kerk, ik heb een zonde gedaan, zei Brammetje, die geen biechtvader in de wereld kent. Wat is dat voor een zonde, Brammetje? Dat zal ik u wijsmaken, zei Brammetje, als de professors in de moraal die zonde niet eens kennen! Hij was met zijn zonde in 's Hertogenbosch in de Sint Jan geweest. Hij was met het bootje over de Maas weggevaren naar Kevelaer. In 's Hertogenbosch en in Kevelaer kenden ze zijn zonde niet. Eens was hij naar Rome geweest, toen was hij wel een jaar lang weggebleven.