is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter de rivier tot ver in de naburige dorpen toe. Zijn huis was prachtig om te zien, een oud-Hollandsche gevel, het was van binnen ruim, met veie kamers, maar het was niet altijd gaaf. Want dokter van Taeke had een bende jongens, woest als roovers en als Indianen. Ze hadden Friesche namen als hun vader, ze maakten carbidbommen en schoten met de karabijn op een afstand van bijna een kilometer gaten door de windvanen van het gemeentehuis en door den haan van den kerktoren. Thuis sloegen ze de ruiten stuk, ze braken de serre naar den tuin al, als ze hout noodig hadden voor latjes om eenen vlieger te maken. Ze liepen als hazen op de vlucht. Ze klommen in den hoogsten canada voor de eksternesten. En ge moest ze zien zwemmen als ratten in de Maas. Ze zwommen van de eene krib naar de andere, dwars de Maas over, ze doken onder schuiten en schokkers door, dat ge dacht ze nooit meer levend terug te zullen zien. Daar, uit het water, verrezen zij als eene glorie in het licht, bruin nat en blinkend. Zij klauterden met lange, snelle beenen den dijk weer op. Hun vader had zijn gestrengheid tegen hen in de opvoeding. Zij aten sober. Zij werden moedwillig gehard. Zij mochten zichzelf me ontzien. Als zij geaarzeld zouden hebben om te zwemmen, dan zou hij ze in de Maas hebben gegooid om ze er toe te dwingen. Maar hoe was hij daarbij in zijn hart. Als hij in zijn huis zat, dan kon hij