is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij keert om. Hij heft nu zijn geweer in de lucht. Een eend vliegt. De geheven loop, zwart voor de lichtende grijsheid der wolken, volgt even met een nauwelijks bemerkbare buiging de vlucht. Een schot ratelt met daverende sprongen naar de hoogte weg, in wijde kringen valt het geluid met heldere slagen terug. De eend, kantelend en tuimelend op hare vleugels in haar val, stort in de ruigte van het griendland, en de jankende Erik heeft de ooren al gestrekt en schiet weg om den vogel te halen. Sneppen schieten in hun hoekige, grillige vlucht, dat is moeilijker. Maar het was een pleizier ze allen te raken en te hebben, de vreugde der feillooze zekerheid van het schot. Eens, in den uiterwaard, miste de dokter een snep, waar Cis den Doove bijstond. Cis den Doove werd bleek. Dokter van Taeke sloeg zijn geweer tegen een knotwilg in twee helften aan stukken, hij gooide al den buit, dien ze hadden, in de Maas, en zonder een woord ging hij naar huis.

Cis den Doove kuierde naar zijn woonarkje terug, daar ging hij na zitten denken. Het suisde in het hout van zijn scheepje, er stond een sterke stroom op de Maas. Toen het donker was ging hij strikken zetten en ving er eenen haas in, hij ging hem uit den strik halen, zijn hondje, de voorpooten op een verhevenheid in den grond, het lijf geheven en gestrekt, de spitse snuit naar de verte, stond, zoetjes rillend in de gespannen achterpooten, op de wacht,

Dorp aan de rivier

4