is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezicht weg doet, dan ziet hij eruit! Hij is wit als een kalken muur. De boer weet niet wat er gebeurd is. Hij had niets anders gezien dan dat de knecht de hoogte inging naar het open luik toe. De knecht had zich zeker gezelfmoord.

De molenaar gaat naar buiten. In den hof bij zijn huis ziet hij zijn kippen, ze hebben van die ingetogen geluiden, daar ze warm liggen in het heet rul zand, tegen de horizontale molenwiek trilt zachtjes het hoog zeil op de latten. Als Janus van Geffen weg wil gaan komt Noldus Maas plotseling met zijn kar naar buiten gereden. Hij heeft het in den molen hooren fluisteren. Natuurüjk, de gehangene op den meelzolder heeft zich omgedraaid en zeker nog wat in den dood gezegd, om mede te deelen, dat hij büj is, dat hij zich heeft opgehangen. Van Lent kon thuis niet met de vrouw overweg, dat was waar, het heel dorp wist, hoe ze tegen hem te keer kon gaan. Maar het was toch een blijmoedige man, waarom zou die zich op zoo'n wijze ophangen? Janus van Geffen zegt tegen Noldus Maas:

— Haalde gij den dokter!

De boer rijdt weg met vracht en al. De molenaar klimt weer naar boven. Terwijl hij den bekenden smallen trap opgaat denkt hij misschien, dat hij het op den zolder anders aan zal treffen, en dat de knecht aan het werk zou kunnen zijn, omdat er wellicht niets gebeurd is. Maar boven, daar grijpt hem die