is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ze moesten waken. In de woonkeuken is het geglim van het fornuis en van koper bij de helderheid der blauwe plavuizen en de ordelijke netheid van de blinkend geverfde kast en stoelen, de hangklok tikt. En dan moet ge het kruisbeeld zien, dat ze hier hebben, dat zit in een vergulde lijst op roodfluweel achter een glanzend bol glas. Er knetteren hier zacht kaarsen, daar ligt het lijk in de kist, de molenaarsknecht van Lent, anders dan hij was, witter, koeler, broos, alles er in is verstild en verstrakt. Neen, hij is niet wit, hij is blauw, zijn kin zit blauw in den doek, die de kaken gesloten moet houden, en hij heeft een doek om den hals. Zijn handen, de vingers plat gestrengeld en geelwit ingedrukt in de geledingen voor de blauwe nagels, houden den rozenkrans netjes op de krakend witte borst van het doodshemd. De Heer geve hem de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hem. Er is koffie gedronken. Vier mannen op de stoelen, de voeten hoog op de sporten, zitten, den rozenkrans tusschen de vaneen gespreide knieën, voor den overledene te bidden. Ze zitten allen met het gezicht naar de kist toe. Het gebed duurt zoo lang, Brammetje Peccator moet voorbidden en hij doet het indrukwekkend. Janus van Lange Dirk zit zijn eigen telkens te verbeelden dat hij iets ziet bewegen. Natuurlijk beweegt er iets. Naast de gevouwen handen en in iederen plooi van het lijkkleed verspringen scha-

Dorp aan de rivier

6