is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden traag, ze kauwen op een grasspierke. Ze beheerschen zich in hun trage bewegingen, ze zijn met ondervragingen en strikvragen niet van hun stuk te brengen. Ze konden hun kleeren laten zien, die waren niet nat geweest, er zaten geen kreuken in, er zat geen modder aan van dien regennacht, er waren geen stille getuigen. Ze hadden een alibi voor den avond dat de aanslag gebeurd moest zijn. Ze waren waarachtig 's avonds bij Brammetje Peccator aan huis geweest, vandaar waren ze naar een café gegaan. Een kameraad was daarop mee naar huis opgeloopen. Mammeke had ze den heelen nacht thuis gehad. En een bijl. Zeker, er was bij Mammeke in het schuurke een bijl, hier was die bijl. Maar die bijl paste niet in de schedelwond, daar was geen bloed aan die bijl en er was niet aan geschuurd. Mammeke kreeg haar bijl terug en haar jongens. Menschen als Frederico Dusamos, Brammetje Peccator en Janus van Lange Dirk hadden wel hun gedachte erover, maar zij zwegen over den eed van den Pale Pie, voor dat zwijgen was geen onderlinge afspraak noodig. Als ze er nou nog naar kwamen vragen, zei Brammetje, dan was het wat anders, maar om zoo iets uit u eigen te doen. Daar voelde hij niet veel voor, daar had hij angst voor. De jongens waren bij hem geweest dien avond, dat had hij bevestigd.

De Pale Pie was niet dood. Hij was een taaie, hij