is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om een nieuwe sigaar vroeg, maar ze liet hem rooken. Hij vond het pleizierig. Breng mij nu mijn boekje, zei hij, waar de geboorten in staan. Zij zat op den rand van het bed toe te zien, hoe hij het kind in zijn boekje schreef, met het prachtige, uiterst verzorgde schrift, de namen van het kind waren Willem Jacob, dat waren prachtige namen. Het was het zevende kind van Sjef de Smid. Dokter van Taeke keek daarop naar zijn vrouw. Zij zag hem met hare lieve, verwonderde oogen aan. Daarop keek ze lang naar zijn handen. Zij streelde ze en hij merkte, hoe ze tusschen de fijne toppen van haar vingers de harde haartjes nam, die op zijn handen groeiden. Toen kuste ze die handen, ze hadden een geur van lysol en medicijnen, zooals al zijn kleeren dat ook hadden.

— De jongens zaten op het dak van het gemeentehuis, zei hij.

— Ja, zei zij, het zijn zulke wilde klauteraars.

Ze stond op, om weg te gaan.

— Blijf nog wat hier, zei hij.

— Ik heb de jongens gehoord, ze moeten naar bed.

— Als ge met hen klaar bent, kom dan terug, en lees mij wat voor uit dien ouden doortrapten vrijmetselaar Charles de Coster.

Hij wachtte even. Toen zei hij:

— Want daar houd ik van.