is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

suste en praatte zoowat en kreeg Piet van den Oudendijk naar buiten. Piet kon nou opgewonden zijn, hij maakte nog wat herrie voor hij de deur uitging, hij liet zijn eigen toch lijmen, en ging op een ander, voor zijn potje bier.

— Maar hier ziede ge me nooit meer, zei Piet van den Oudendijk tegen Willem van Oijen.

— Gelukkig, zei de broederschap van den snoek.

Toen ze weer onderons waren, spraken de leden

van de broederschap iets af. Ze zaten aan de ronde tafel in eenen kring, naar het tafelblad gebogen, de hand aan het oor van hun bierglas, en de koppen dicht bij elkaar. Ze fluisterden nu en zweerden samen tegen dokter de Pater.

Nu zat een avond dokter de Pater met een geladen parabellum naast zich, te schaken. Hij had zich een moeilijk probleem gesteld en hij zou het eens oplossen. Af en toe dronk hij een teug uit zijn goed glas wijn, en de sigaar in de lange sigarenpijp raakte soms de stukken op het schaakbord aan, zoo geboeid en aandachtig zat hij er overheen gebogen. Maar er kon geen ritseüng zijn hier of daar, of hij loste een schot, dat knalde vervaarlijk en het had zijn vele echo's in het heele huis. Hij hoorde de ratten en de muizen neerploffen en hij had zijn stevig pleizier van trefzekeren schutter daarbij. Toen werd er gebeld. De huishoudster van dokter van Taeke kwam