is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzichtig bij hem binnen en waarschuwde hem, dat er iemand was om hem te spreken.

— Ach, goede ziel, en wie is het?

— Nardje de Wit, de veerman.

— Wat moet die vent?

— Zijn jongste kindje is ziek.

Dokter de Pater, in zijn spel gestoord, ging de gang in, daar stond Nardje de Wit, beleefd, met de pet in de hand, op de gangmat. En zoo gauw zag hij den dokter niet, of hij zei:

— Ach, mijnheer den dokter, kom toch eens gauw, mijn kiendje is zoo ziek en het doet zoo aardig, het sterft als ge niet komt.

Dokter de Pater heeft naar het gekerm geluisterd, hij ziet dat niet graag, die vaders, die zoo gevoelig worden als hun kind ziek is, wie weet hoe ze anders zijn tegen hun gezin. De dokter zegt:

— Man, wees kalm en wacht een oogenblik.

Dokter de Pater ging de apotheek in, daar ging

hij een fleschje halen. Nardje de Wit, het petje in de hand, wachtte in de hooge gang, na twee minuten hoorde Nardje een deur, en daar was de dokter weer uit de apotheek terug.

— Kijk, hier heb ik een onfeilbaar geneesmiddel. Ge geeft uw kindje om het uur een eetlepel. En maak u niet bezorgd, ge zult zien, morgen is uw kindje beter.

— Maar zoude ge liever zélf niet 'es kommen, mijnheer den dokter, da's toch secuurder!

Dorp aan de rivier

&