is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Het is niet noodig, beste man, ge zult zien, vijf minuten nadat uw kindje de eerste eetlepel heeft ingenomen is het al rustig.

Ja, Nardje de Wit spreidde de armen van het lijf en het ze weer terugvallen, de handen sloegen tegen de beenen. Zijn petje viel hem daarbij uit de hand. Hij raapte het op, nam het fleschke dat in een vloeipapier zat gedraaid en liet zich maar afschepen. Hij ging de deur uit.

— Goedenavond, mijnheer den dokter.

Maar na een uur kwam hij terug. Hij moest en zou den dokter spreken. Hij was zóó schrikkelijk ontdaan. En toen de dokter in de gang kwam begon Nardje alweer meteen te kermen en aan te gaan.

— Och, mijnheer den dokter, kom nou toch eens naar mijn kiendje kijken. We hebben het de medicijn gegeven, maar het wordt hoe langer hoe erger. Het ligt te krimpen en met zijn oogskes te draaien. Het sterft. We zijn niet gerust, als ge niet komt.

Dokter de Pater had zijn schaakprobleem nog niet opgelost. Hij had pas een nieuw glas wijn ingeschonken en een versche sigaar genomen, die stak zoo geweldig en zoo lang uit zijn sigarenpijp.

— Man, zei dokter de Pater, wees kalm en wacht een oogenblik.

Hij ging weer de apotheek in en kwam na een tijdje terug met een doosje, waarin hij eenige poeders had gedaan.