is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nou stond Nardje nog te kermen, dat de dokter moest en zou komen, maar onder zijn geklaag hoorde hij al den slag van het toevallende raam. Dokter de Pater was weer in zijn bed gekropen om te gaan slapen. En Nardje de Wit ging weg.

Maar den volgenden morgen, al vóór het spreekuur kwam Nardje terug bij den dokter, hij kwam de spreekkamer van den dokter binnen, daar zat dokter de Pater achter zijn bureau. Neen, nou stond Nardje de Wit niet deemoedig met zijn petje in de hand, hij hield zijn petje op. Misschien had hij zich te zeer overgegeven aan het noodlot, in zijn droefheid hield hij zijn petje op het hoofd, en hij was in zekeren zin nog overmoedig in zijn houding ook.

— Ja, mijnheer den dokter, zei hij, nou hoefde ge niet meer bij ons kiendje te kommen ....

— Ziet ge nu, man, dat ik gelijk had?

— Nee, ge hadt toch geen gelijk, ik zal u zeggen, waarom ge niet meer hoeft te kommen. Ons kiendje is vanmorgen om vier uur gestorven.

— Wat zegt ge?

Ja> bet ziet er leelijk genoeg uit, het kiendje is dóód.

— Kijk, dat is wel heel jammer. Als de dood komt, dan moet de beste dokter terugtreden. Ga even zitten, dan zal ik meteen de verklaring van overlijden opmaken. Geef me uw namen op, die van uw